01 mei 2026

De eerste (wereld)oorlog in de Bijbel

In de eerste oorlog in de bijbel zien we al dezelfde patronen die ook zichtbaar werden in de clash die er onlangs was tussen president Trump en paus Leo XIV. Naar aanleiding van alle oorlogen die op dit moment woeden, riep de paus op tot een gebed om vrede: „een bolwerk tegen de waan van almacht die ons omringt en steeds onvoorspelbaarder en agressiever wordt” en bad hij voor „een Koninkrijk waarin geen zwaard, geen drone, geen wraak, geen bagatellisering van het kwaad en geen oneerlijke wins bestaat, maar alleen waardigheid, begrip en vergeving.” Trump voelde zich aangesproken en in zijn wiek geschoten.

In Genesis 14 is er in de Bijbel voor het eerst sprake van een oorlog. En direct wordt heel de toenmalig bekende wereld erin betrokken. Het draait om koningen, 27 keer komt dat woord voor (3x3x3), het draait om macht en het draait om ‘nemen/bezitten/veroveren’ (vs. 11-12.21). In het eerste gedeelte wordt er nergens met elkaar gesproken, alleen gevochten, gevlucht en genomen. Dan verschijnt ‘de vluchteling’ ten toneel. De kwetsbare, de opgejaagde, laat zijn stem horen. Degene die dit te horen krijgt is Abram, die hier de titel van Hebreeër krijgt. Dat wil zeggen dat hij een vreemdeling is, die een tijdelijke verblijftplaats heeft gekregen bij de Amoriet Mamre. Abram reageert direct. 

Het bijzondere is dat hij dat niet doet omdat een bloedverwant gevangen genomen is. Het gaat bij Abram hier letterlijk om een ‘broeder/een naaste’. Die moet de vrijheid terugkrijgen. Hij ronselt 318 man. Een bijzonder getal. Nu hebben alle letters in de Bijbel een getalswaarde, en getalswaarde van Eliëzer is 318, en die naam betekent ‘God is mijn helper’. Abram weet met een gideonsbende én de hulp van God een grote overmacht te verslaan. In de nacht bevrijd hij de gevangenen, net zoals de HEER het volk Israel in de nacht uit de slavernij bevrijd heeft. 

Wanneer Abram terugkomt ontmoet hij twee koningen. Eén, Melchisedek, die denkt in termen van geven, en één, de koning van Sodom, die denkt in termen van hebben en nemen. Melchisedek geeft brood en wijn én zegent Abram. Melchisedek was een priester van de God El Eljon, een Kanaänitische godheid die later door Abram ook geïdentificeerd wordt als de HEER/JHWH. Melchisedek betekent ‘koning der gerechtigheid’. Hij doet gerechtigheid. Hij geeft aan Abram het goede van de aarde en schept zo vrede. Hij komt niet voor niets uit Salem/Shalom. Vrede in een wereld waarin tot dan toe slechts sprake was van geweld en dorst naar macht en hebzucht (Lot heeft daar ook voor gekozen door in Sodom te gaan wonen, vs. 12). Vrede ontstaat waar mensen elkaar zegenend ontmoeten en er zo een besef is dat alles gedragen wordt door een veel grotere Aanwezigheid, die ons bevatttingsvermogen te boven gaat (degene die voortdurend de hemel en de aarde schept), waardoor we omgeven en gedagen worden. Hij heeft het hoogste en laatste oordeel en levert dus vijanden van die vrede uit (vs. 20).

Abram laat aan de koning van Sodom zien dat er andere waarden in het leven zijn dan nemen. Die waarden zijn verbonden met de HEER, de God van de hemel en de aarde. Door zich met deze Allerhoogste te verbinden blijft Abram vrij en ongebonden. Ieder mag krijgen wat hem toekomt, maar persoonlijk wil Abram er geen gewin aan hebben.

Nu is die Melchisedek wel een bijzonder figuur. Hij komt nog één keer in het Oude Testatment voor, in Psalm 110, een messiaanse Psalm waar over de messias gezegd wordt: ‘Je bent priester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek was.’ En het bijzondere is dat in deze psalm het vers staat dat het meest in het Nieuwe Testament geciteerd wordt, nl. vs. 1: “De HEER spreekt tot mijn heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, ik maak je vijanden een bank voor je voeten.’” In het Nieuwe Testament is dit steeds een verwijzing naar de vijanden die Jezus verslaat, de vijanden van het goede leven. En dat doet Hij op een priesterlijke manier, zoals ook Melchisedek dat gedaan heeft. Door te geven in plaats van te nemen. Door te zegenen in plaats van te vervloeken.

Ik begrijp wel dat de paus moeite heeft met iemand die een hele beschaving naar het stenen tijdperk terug wil bombarderen. Het kwaad mogen we nooit goed praten. Maar Etty Hillesum heeft eens gezegd dat zij geen grammetje haat aan deze wereld wilde toevoegen. En heeft Paulus niet gezegd: ‘Zegent wie u vervloeken’?

In een speciale wake voor de vrede heeft de paus gezegd:

‘Gebed roept ons op om al het geweld dat nog in onze harten en gedachten leeft achter ons te laten. Laten we ons richten op een Koninkrijk van vrede dat dagelijks wordt opgebouwd – in onze huizen, scholen, buurten en burgerlijke en religieuze gemeenschappen.

Zo'n Koninkrijk, voegde hij eraan toe, moet polemiek en berusting tegengaan door vriendschap en een cultuur van ontmoeting.’ En hij gaf ons het onderstaande gebed mee:

Heer Jezus, U hebt de dood overwonnen zonder wapens of geweld: U hebt haar macht verbrijzeld met de kracht van de vrede. Schenk ons ​​uw vrede, zoals U deed aan de vrouwen vol twijfel op Paasmorgen, zoals U deed aan de discipelen die zich in angst verscholen. Zend uw Geest uit, de adem die leven geeft en verzoent, die tegenstanders en vijanden in broeders en zusters verandert. Inspireer ons om te vertrouwen op Maria, uw moeder, die met een gebroken hart aan de voet van uw kruis stond, vastberaden in het geloof dat U zou opstaan. Moge de waanzin van de oorlog ophouden en de aarde worden verzorgd en bewerkt door hen die nog weten hoe ze leven moeten voortbrengen, beschermen en liefhebben. Hoor ons, Heer van het leven!

Ds. Sjaak Visser 

terug

Agenda

Maandelijkse koffieochtend BJC

wo 27 mei 2026 om 10:00 uur

Luistergroep

do 28 mei 2026 om 10:00 uur

Kerkdienst gemist?

Pinksteren
24 mei 2026
Ds. Sjaak Visser

 


Nieuw: video

Kerkbuurten

Mei 2026


Deadline volgende Kerkbuurten:
22 mei 2026
 

Agenda Vrienden van de Grote Kerk Oostzaan



 

×