Protestantse Kerk in Nederland
Protestantse Gemeente Oostzaan - websites: grotekerkoostzaan.nl of pknoostzaan.nl
 
 
Nieuwsbrief PKN Oostzaan - jaargang 1, nr. 11. Nieuwsbrief PKN Oostzaan - jaargang 1, nr. 11.

Overdenking 26-04-2020

Ds. Carola Dahmen
Predikant 



Hoe zal het zijn als we straks weer naar buiten mogen zoals we het gewend zijn? Hoe zal het zijn om de kinderen en kleinkinderen weer te kunnen omhelzen en te kussen? Hoe zal het zijn, ons werk, als het straks allemaal weer gewoon is, als we straks nog wel werk hebben tenminste? Hoe zal het zijn, als we gewoon weer met vrienden kunnen afspreken, naar theater, naar concerten, uit eten en op terras een biertje pakken? Hoe zal het zijn, in de kerken, in Wormer, Westzaan, Oostzaan, in Zaandam, in al die kerken, dat we straks weer gewoon met elkaar kunnen zingen, bidden, vieren?
Hoe zullen we straks aan deze tijd waarin we ons nu bevinden terugdenken? Als een vreselijke nachtmerrie waaruit we gelukkig wakker zijn geworden en die we snel kunnen vergeten? Of zullen we de zorgen en angsten niet zo snel van ons af kunnen schudden? Nemen we de positieve kanten, de samenhorigheid, het klaar staan voor elkaar, de tijd die je voor een ander neemt, zullen we dat misschien wel met ons mee blijven dragen als een kostbare schat? Zullen we banger zijn, minder onbekommerd dan voorheen? Zal onze ziel littekens dragen, zullen we mensen moeten missen? Of zullen we juist verrijkt zijn door een nieuw perspectief op het leven, de ervaring dat God ons ook hierdoorheen heeft gedragen? Hoe zal het straks zijn? Hoe zal ons leven, de wereld straks uitzien?

Petrus, Tomas, bij elkaar zijn het zeven vrienden van Jezus proberen hun leven weer op te pakken. Het is voorbij, het thuis zitten, je opsluiten, de “quarantaine tijd”. De eerste fase van rouw is afgesloten, zoals dat vaak gebeurt na het overlijden van een dierbare. Op gegeven moment pak je je leven weer op. Je moet wel. Maar hetzelfde is het niet. Kan het nooit meer zijn.

Petrus doet wat hij misschien wel het beste kan, waarin hij houvast vindt: vissen in het meer van Tiberias, oftewel in het meer van Galilea, weer terug bij af. Zijn professie opnemen, de eerste roeping, datgene waarvan je altijd dacht dat dit klopt. Je moet wel wat en er moet tenslotte ook brood op de plank komen. Maar is dit het leven dat zicht heeft op de opgestane? De crisis voorbij en dan doen alsof er niets gebeurd is? Wist Petrus niet beter, had Tomas het niet al verteld: je kunt het gebeurde niet zomaar vergeten.

En dat het niet lukt, dat je de crisis niet zomaar achter je kunt laten, dat maakt het verhaal wel duidelijk. Petrus is dezelfde niet meer. De tijd met Jezus heeft hem veranderd. Zijn ziel, zijn wezen, zijn identiteit is bloot gelegd. Voor Jezus is hij mens geworden, heeft de liefde, de vrede, het hoogste, het goddelijke in het leven geproefd, maar hij is ook genadeloos door de mand gevallen. De evangelist Johannes, de auteur van Johannes 21 is het verraad van Petrus niet vergeten, zo brandt er niet alleen bij de verschijning van Jezus op het strand een kolenvuurtje, maar heeft Petrus in hetzelfde licht van een kolenvuurtje zijn vriend, die hij Messias noemde, laten vallen om z’n eigen huid te redden.

Een crisis doet iets met je. Het kan veel moois in mensen naar boven halen. Buren die voor elkaar klaar staan. Acties van steun en samenhorigheid die overal worden opgezet. Beren, kaarsen en hartjes in de vensters, klokken die luiden, kaartjes en telefoontjes voor mensen die alleen zijn. Maar zo’n crisis kan ook egoïsme en zelfbehoud in je bloot leggen. En als je een keer zo je mens-zijn onder ogen hebt gezien, mens zijn met z’n hoogten en diepten, mens in zijn kwetsbaarheid en onmacht - kun je dan werkelijk weer het leven oppakken alsof er niets gebeurd is?

Zo’n 600 jaar eerder, voordat Petrus weer tot het oude leven wilde overgaan, probeerden ze het in Israël ook om na de catastrofe hun leven weer op te pakken. De tempel was verwoest, het land een woestenij. Mensen vermoord, verkocht, tot het bot vernederd. Na de vernieling van Jeruzalem van 586 en de ballingschap in Babylonië, keerden de gevangenen die er nog waren weer terug naar huis. Maar hun leven en hun perspectief erop was voorgoed veranderd. Konden zij God eerder nog wel zien als de God van het oordeel, als degene die de zonden afstraft, zo was dat nu niet zo simpel meer. Hadden ze niet al genoeg geleden, was hun straf niet al betaald?

God geeft hen, bij monde van zijn profeet gelijk. Troost, troost mijn volk! De woorden van de profeet willen de wonden van het volk verbinden, willen genezing brengen en hoop. De schuld is weggenomen. De Eeuwige koestert zijn mensen die doof en blind zijn. Mensen die verraden hebben, de mist ingaan zijn, mensen die in solidariteit voor elkaar opstaan en toch ook anderen keihard laten vallen, gewoon mensen die toch geliefd, toch bijzonder in Gods ogen zijn.

“Moet je door het water gaan - ik ben bij je; of door rivieren - je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan - het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.” Wees niet bang, roept de profeet, fluistert God. Wat er ook gebeurt, ik ben bij je.

Jezus verschijnt weer, opnieuw aan zijn vrienden. In het alledaagse komt de Heer tot hen. We moeten ons er niet een soort geestverschijning bij voorstellen. Dat maken de vertellers van deze tijd wel duidelijk. Ze herkennen Jezus niet aan zijn uiterlijk, maar aan zijn daden, zijn woorden, aan zijn liefde, vergeving, zijn nabijheid.

Het zijn die momenten dat het gewone leven opgetild wordt, verlicht wordt, diepte krijgt. Ik vind het opvallend dat Johannes vertelt dat de leerlingen met z’n zevenen zijn. Zeven en Jezus, de Opgestane, is de achtste. De surplus, de schepping voor even weer voltooid, geheeld, voorbij de dood en de schuld komt overvloed van liefde en genade.

De leerlingen herkennen hem in zijn woorden en daden. De hopeloze hoop die hij weer uitspreekt dat als alles tevergeefs lijkt er toch weer leven te vinden is. Diep in het water, het water dat staat voor de chaos, de machten van de dood, is er toch voedsel, toch leven te vinden. Een net vol vangen ze, nadat ze dachten dat het allemaal vergeefs is.
Ze herkennen hem in de daad van het delen van de maaltijd met elkaar, het leven dat goed is als je voor de ander een plek vrijhoudt. De schuld die Petrus in het licht van het vuur op zich geladen heeft die wordt omgezet in gastvrijheid, in vriendschap, in liefde.

De verschijning van de Opgestane gebeurt in het alledaagse leven. Na de crisis, de catastrofe dat de verwachte Messias, dat de hoop gekruisigd is, is het leven niet meer hetzelfde. Kan het nooit meer hetzelfde zijn. En je kunt het proberen te vergeten, de wonden die het geslagen heeft proberen te negeren, gewoon doorgaan zoals je altijd deed, maar een echt succes zal het niet worden. Als je als mens door de diepte bent gegaan, kom je er anders uit.

Lieve mensen, u moet nu niet denken dat ik de wonden, de crisis, de dood maar goed zit te praten. Er is helemaal niets goeds aan een virus dat ziek maakt, dat levens eist. Er is helemaal niets goeds aan crisistoestanden. Aan welke crisis dan ook, die van Israël, die van de mensen die in Jezus de Messias hebben zien sterven, of in deze tegenwoordige crisis. Een crisis die niet alleen ons, maar nog veel meer de armste der armen treft. Naast dood, ook honger en armoede betekent voor de meest kwetsbaren. En het zou monstrueus zijn om dit met ons geloof in een barmhartige God proberen goed te praten.

Dat is het niet. Maar wat de oude-vertrouwde teksten ons vertellen en wat eenieder van ons ook kan meemaken in het diepste van de nacht, dat is de ervaring dat juist daar God niet alleen laat. Dat God zich in het water en in het vuur dat ons tot op het bot bedreigd openbaart als de God die nabij is, die bevrijdt naar een nieuw leven toe. Dat God, zijn liefste, bij de hand neemt, de mens in al z’n kwetsbaarheid niet in de steek laat, maar naar het droge, naar het leven leidt. En dat daar, in het schijnbaar gewone leven dat getekend is door verdriet, door wonden en pijn, dat God daar de surplus is en dat we hem/haar daar kunnen herkennen als de God met de naam “Ik ben”. Dat God onvermoeibaar, opnieuw en weer nabij komt, in woord en daad.

Hoe zal het straks zijn, als we langzaam uit onze huizen komen, stap voor stap het gewone leven weer proberen op te pakken? Zal de wereld veranderd zijn? Zullen we proberen te vergeten? Of zullen we elkaar eraan houden, dat wij als kwetsbare mensen het leven alleen met elkaar aan kunnen? Zullen we met elkaar kunnen delen, brood en vis, ook als er schaarste is? Zullen we in de vreemde woorden en daden van hopeloze hoop kunnen horen? Zullen we elkaar kunnen vergeven? De liefde, de vriendschap koesteren? Zullen we wegen gaan die wijzen naar licht en leven, naar opstanding, volgend die ENE die het ons heeft voorgedaan. Die ons bij de hand neemt, zijn mensen, heel zijn schepping bevrijdt uit angst.

Stem die de stenen breekt,
tijding in duistere nacht,
stem die in stilte spreekt:
Ik ben nabij, wees niet bang. Amen.



Hartelijke groet,
..................................................
Ds. Carola Dahmen
Predikant 
 

Protestantse Gemeente Oostzaan 
Postbus 44
1510 AA Oostzaan
 

 

Regelmatig zal de nieuwsbrief van PKN Oostzaan, door ds. C. Dahmen verschijnen.
Dit is jaargang 1, nr. 11 28 april 2020). Voor meer info: predikant@pknoostzaan.nl

of onze websites www.pknoostzaan.nl en www.grotekerkoostzaan.nl

terug
 
 
 
 
VOORLOPIG GEEN KERKDIENSTEN OF ANDERE ACITIVITEITEN!

Tot en met 30 juni 2020!
 
Digitale Kerkdienst
24-05-2020

Ds. Pieter vd Woel
PG Zaandam
 
Digitale kerkdienst!
24-05-2020 [Video]



Ds. Pieter vd Woel
PG Zaandam
 
Kerkbuurten

  
            Mei 2020
 
 
Facebook PG Oostzaan


 
 
YouTube PG Oostzaan


 
 
15e Nieuwsbrief
PG Oostzaan

  
          20 mei 2020
          Hemelvaart
 
 
Vacature jeugdwerker:
 
Rock Solid
 
Rock Solid Friends
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.